Johanniterlaan 6
3841 DT Harderwijk
Tel: 0341 460545

Openingstijden Praktijk
Maandag 09:00-20:00
Dinsdag 08:00-18:00
Woensdag 09:00-20:00
Donderdag 08:00-13:00
Vrijdag 08:00-18:00
Zaterdag gesloten
Zondag gesloten

Neuro4kids baseert zich waar mogelijk op wetenschappelijk onderzoek. Wij willen u graag op de hoogte houden van de meest relevante informatie. U kunt een pdf document downloaden waarin wij de Engelse samenvatting voor u op een rijtje zetten. Dit zal regelmatig ge-update worden. En in de nabije toekomst van Nederlands commentaar worden voorzien door ons.

 

Download het document.

   

Onderstaand een aantal belangrijke onderzoeken over de rol van toevoegingen aan onze voeding. We hebben de conclusies voor u vertaald en van commentaar voorzien. Mocht u zelf de Engelse samenvatting willen lezen dan kunt u de pdf-file downloaden. We hebben de conclusies voor u aangemerkt.

  

Mc Cann et al (2007) Food additives and hyperactive behaviour in 3-year-old and 8/9-year-old children in the community: a randomised, double-blinded, placebo-controlled trial. Lancet. 370(9598):1560-7.

Uit deze studie bij bijna 300 kinderen (153 kinderen van 3 jaar oud en 144 kinderen van 8-9 jaar oud in het Verenigd Koninkrijk blijkt dat kunstmatige kleurstoffen en/of een conserveringsmiddel (natriumbenzoaat) leidt tot hyperactiviteit bij kinderen van 3 jaar en bij kinderen van 8-9 jaar.

Commentaar Neuro4kids:

Kunstmatige kleurstoffen dienen slechts 1 doel: voeding er aantrekkelijker uit laten zien. Ze hebben verder geen enkele voedingswaarde. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er wel schadelijke aspecten aan deze toevoegingen zitten. Ieder weldenkend mens zal zich afvragen of we niet beter deze stoffen uit onze voeding kunnen weren.

 


Bateman et al (2004). The effects of a double blind, placebo controlled, artificial food colourings and benzoate preservative challenge on hyperactivity in a general population sample of preschool children. Arch Dis Child.89(6):506-11.

De conclusies uit deze studie: er is een algemeen negatief effect van kunstmatige kleurstoffen en conserveringsmiddel (benzoaten) op het gedrag van 3 jaar oude kinderen. Dit effect is duidelijk op te merken door de ouders. Klinisch testen van de kinderen geeft echter niet genoeg informatie om dit te kunnen bevestigen.

 

Commentaar Neuro4kids:

Het zou natuurlijk het makkelijkst zijn als de waarnemingen van de ouders overeen komen met de klinische testen. Gedrag is echter een zeer complexe aangelegenheid en vaak schieten dergelijke klinische testen tekort om zulke complexiteit in kaart te brengen. Dergelijke resultaten geven aan dat hoewel alles normaal lijkt volgens de klinische normen dit in de praktijk duidelijk anders kan zijn.

 

 


Schab DW, Trinh NH. (2004) Do artificial food colors promote hyperactivity in children with hyperactive syndromes? A meta-analysis of double-blind placebo-controlled trials. J Dev Behav Pediatr. 25(6):423-34.

Een meta-analyse is een studie waarbij resultaten van verschillende kwaliteitsstudies naast elkaar worden gelegd en waarbij op basis van dit vergelijk conclusies worden getrokken. Zo ook hier. Gebaseerd op 15 onderzoeken die voldoen aan de gestelde criteria komen de onderzoekers tot de volgende conclusie: Ondanks beperkingen van de verschillende studies is deze meta-analyse in overeenstemming met het toenemend bewijs dat er sprake is van toxiciteit van veel gebruikte chemische stoffen in de voeding voor het zenuwstelsel en dat dit gevolgen heeft voor het gedrag.

 

Commentaar Neuro4kids:

Dubbel-geblindeerde placebo-gecontroleerde trials zijn de “goud”standaard in het huidige wetenschappelijk onderzoek. Er zijn talloze problemen met het trekken van conclusies uit dergelijke trial vanuit klinisch oogpunt. Zo is er vaak slechts 1 vorm van interventie onderzocht, terwijl er in de praktijk veelal meerdere interventies gezamenlijk plaats vinden. Desalniettemin geeft deze meta-analyse van 15 verschillend trials heel duidelijk aan dat er het nodige mis is met toevoegingen in de voeding. Dit zijn harde conclusies en de vraagt rijst waarom hier beleidsmatig bijzonder weinig gehoor aan wordt gegeven.

 

 


Dengate S, Ruben A (2002). Controlled trial of cumulative behavioural effects of a common bread preservative. J Paediatr Child Health. 38(4):373-6.

 

In deze studie werden kinderen op het zogenaamde Royal Prins Alfred Hospital Diet gezet, wat inhoudt dat bepaalde stoffen (glutamaat, salicylaat (natuurlijk), amines en voedseltoevoegingen werden vermeden. Het gedrag van deze kinderen verbeterde. Daarna werd een veelgebruikt conserveringsmiddel toegevoegd aan de voeding (calcium propionaat (E282)). De resultaten waren duidelijk: 52% van de kinderen ging achteruit qua gedrag in vergelijking met 19% van de kinderen in de placebo groep (die kregen gewoon brood als toevoeging). Conclusie: Sommige kinderen zijn gevoelig voor algemeen gebruikte conserveringsmiddelen. Wanneer ze hier vatbaar voor zijn kan consumptie hiervan leiden tot geïrriteerdheid, onrustig zijn, verkorte aandachtspanne en slaapproblemen.

Commentaar Neuro4kids:

De keuze die we maken bij het kopen van brood is veel belangrijker dan we in eerste instantie zouden denken. Het kan verstrekkende gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kinderbrein. De moeilijkheid is dat niet alle kinderen op dezelfde wijze reageren. Het kan daarom flink puzzelen zijn om te zijn wat wel en wat niet te vermijden. In hele moeilijke gevallen kunnen er voedselintolerantie testen gedaan worden en kan er een hypo-allergeen dieet gevolgd worden.