Oogmotoriek
Convergentie is de capaciteit van de ogen om gelijktijdig en in gelijke mate naar binnen te draaien (ook wel adductie genoemd). Om van dichtbij goed te kunnen lezen is naar binnenkomen van de ogen van cruciaal belang. Bovendien moeten beide ogen hetzelfde plaatje geven en dus evenveel naar binnen draaien. Gebeurt dit niet, dan schakelt het brein één van de twee plaatjes uit en verminderd het leesvermogen.
Wanneer deze convergentie capaciteit niet voldoende is spreken we van insufficiëntie. Vaak wordt gesteld dat dit komt doordat de oogspieren die het oog naar binnen moeten trekken aan één zijde niet sterk genoeg zijn. Maar oogspieren zijn over het algemeen sterk genoeg; het is de aansturing van de hoger gelegen centra in het zenuwstelsel dat het af laat weten.
Voor de controle van de oogbewegingen naar binnen toe, is vooral het cerebellum van groot belang. Door gericht het cerebellum te trainen (d.m.v. oog- en lichaamscoördinatie oefeningen) kan convergentie insufficiëntie sterk verbeteren, dan wel verdwijnen.
Hoe testen we dit?
Bij neuro4kids maken we gebruik van de standaard convergentie testen en kijken we naar de oogmotoriek in verschillende richtingen.
Daarnaast gebruiken we ter bevestiging een gestandaardiseerd programma: BVA (binocular visual assessment). Dit programma meet de mate van convergentie en divergentie, bovendien heeft het als voordeel dat het een groot aantal andere oogfuncties kan meten.
Wanneer er sprake is van leesproblemen kunnen we met behulp van een ander computerprogramma exact in kaart brengen hoe de ogen bewegen tijdens het lezen.

De "goggles" van Visagraph meten de oogbewegingen.
Dit programma heet Visagraph en met een kleine infrarood sensor wordt vastgesteld welke kant de ogen opgaan tijdens het lezen. Dit kunnen we dan vergelijken met per leeftijd gestandaardiseerde waarden. Na verloop van tijd kunnen we dan hermeten hoe het lezen vordert en of de ogen beter samenwerken.

Een voorbeeld van de resultaten van een visagraph test.
Behandeling
Er zijn een aantal oefeningen die kunnen helpen bij convergentie insufficiëntie. Wij zijn echter van mening dat een op maat gesteld “slim” computerprogramma de beste opties biedt en wel om de volgende redenen:
1. Eenvoudige thuisoefeningen zijn minder nauwkeurig af te stemmen en geven geen meetbare resultaten per sessie, HTS doet dit wel met gestandaardiseerde scores.
2. Door eerdere resultaten op te slaan, en te vergelijken, kan het HTS-programma verder gaan op het niveau waarop u vorige keer bent blijven steken.
3. Naast C.I. is er vaak een probleem met het divergeren: ogen naar buiten brengen, met oogvolgbewegingen en met saccadische oogbewegingen. Het HTS programma is zo ingericht dat mogelijke zwaktes in andere aspecten van oogmotoriek ook verbeterd worden.
4. Door gebruik te maken van een internetaansluiting kan uw behandelaar uw dagelijkse scores controleren en zien hoe u er voor staat en hoe frequent u de oefeningen doet. Met thuisoefeningen verslapt de discipline vaak na de eerste 2 weken.

