Motoriek
Als we het over motorische vaardigheden hebben, dan bedoelen we hiermee de controle over het bewegingsapparaat. In de ontwikkeling leren kinderen niet alleen te praten, te denken of te lezen, maar ze leren ook steeds beter om controle over hun spieren uit te oefenen. Dit loopt uiteen van verbetering van de balans (denk bijvoorbeeld aan leren fietsen), coördinatie van de vingers (om heel gericht dingen te kunnen grijpen en manipuleren, of te schrijven) maar ook om de spieren van de blaas (zindelijkheid) onder controle te krijgen.
Eigenlijk vallen ook praten en lezen onder de motorische vaardigheden van de keel en mondspieren en respectievelijk van de oogspieren. Een goede coördinatie is afhankelijk van voldoende controle over de spieren. Dit kan alleen wanneer de signalering van beweging ook goed verwerkt wordt in het brein.
Het gaat hierbij dan ook om integratie van het sensorische en motorische systeem. Dit wordt deels op ruggenmergniveau gereguleerd, maar voor het aanleren van nieuwe bewegingen is het brein (grote en kleine hersenen) onmisbaar. Met name de motor centra op de frontale hersenkwab en de sensorische centra op o.a. de pariëtale kwab zijn hierbij belangrijk.
Voor precisiegrip is echter ook een belangrijke rol weggelegd voor het binnenste deel van het brein: de cingulate cortex. Dit stuk van het brein komen we ook tegen bij het controleren van aandacht en impulsiviteit, maar ook bijvoorbeeld in de regulatie van ons autonome zenuwstelsel (transpiratie, polsslag, ademhaling).
Zonder precisiegrip wordt schrijven een zeer moeilijke zaak. Kinderen met DDS hebben vaak een eigenaardige wijze ontwikkeld om hun pen vast te houden of hebben moeite met knopen dichtdoen en zijn vaak “messy eaters”. Wanneer dit een gevolg is van het niet goed functioneren van de cingulate cortex kunnen we ook andere zaken verwachten: aandachtsproblemen, impuslief gedrag en klamme handen.
Balans
Het gevoel van balans bepaalt voor een groot deel iemands zelfverzekerdheid. Bezorgd zijn omdat je valt doet niemands zelfvertrouwen goed en is desastreus voor kinderen die niet beter weten dan dat ze overal tegenaan lijken te botsen.
Dit gevoel voor waar je je bevindt in relatie tot de wereld om je heen is een samenspel van de grote hersenen, de kleine hersenen en het evenwichtsapparaat. Verstoringen in de communicatie tussen deze gebieden, of verminderde functie van deze gebieden, leiden dan ook niet alleen tot een slecht evenwichtsgevoel; het beïnvloedt ook het zelfvertrouwen en de avontuurlijkheid van het kind.
Volwassenen met evenwichtsstoornissen zijn vaak te bang om naar buiten te gaan en raken hierdoor in een sociaal isolement verzeild, hetgeen aanleiding kan geven tot een depressie. Bij kinderen is dit helaas niet anders.
Volwassenen kunnen dit echter op basis van wat ze in de loop van hun leven geleerd hebben in een rationeel perspectief plaatsen. Het opgroeiende kind heeft deze mogelijkheid echter nog niet.

Motorische moeilijkheden worden vaak betiteld als dyspraxie of krijgen het label van DCD (Developmental Coördination Disorder). De aanpak hiervoor is vaak een intensief motorisch-sensorisch trainingsprogramma.
In onze visie is dit een zinnige benadering. Echtere er wordt daarbij voorbijgegaan aan de overlap die bestaat met aandacht en gedragsproblemen. Bovendien richten dergelijke programma’s zich veelal op training aan beide zijden van het lichaam.
Vanuit een functioneel neurologische kijk op Developmental Delay Syndrome (DDS) is het belangrijk de aandacht te richten op specifieke onderdelen van het brein en geen al te algemene training te geven.
Ook dyspraxie (of DCD) maakt deel uit van het DDS spectrum en dient dan ook vanuit een functioneel neurologisch oogpunt geëvalueerd te worden. Specifieke training van onderactieve breinregionen leidt niet alleen tot verbetering van de motoriek, maar biedt de mogelijkheid om tegelijkertijd andere symptomen te verbeteren.
Juist omdat deze functies allen zo dicht bij elkaar liggen op de binnenzijde van het brein: de cingulate cortex.
Ook bij kinderen die met name moeilijkheden hebben met motoriek verdienen voeding en voedingssupplementen de nodige aandacht. Immers als het een probleem in het brein betreft moeten we er voor zorgen dat het brein een goede gezonde basis heeft om mee te beginnen.

