Co-morbiditeit
Co-morbiditeit is het naast elkaar bestaan van verschillende symptomen. Wanneer kinderen met leer- of gedragsproblemen gediagnosticeerd worden, krijgen ze een label opgeplakt gebaseerd op de meest in het oogspringende symptomen.
Het is echter al jaren bekend dat er een grote mate van overlap bestaat tussen de verschillende vormen van leer- en gedragsproblematiek. Het lijkt dan ook voor de hand liggend om op zoek te gaan of er misschien een algemeen onderliggende oorzaak is waardoor al deze leer- en gedragsproblemen en hun samenhang verklaard kunnen worden. Er is echter nog steeds geen algemeen geaccepteerde benadering waarbij dit gebeurt of waarbij er vanuit een wetenschappelijke onderbouwing naar deze problematiek wordt gekeken.
Immers AD/HD kinderen krijgen vaak medicatie voorgeschreven, terwijl dyslectische kinderen auditieve therapie krijgen of een speciale bril gaan dragen. Dyspractische kinderen worden veelal op een oefenprogramma gezet om de motorische vaardigheden te verbeteren. Oftewel: zeer diverse benaderingen voor problemen die zelden of nooit niet gezamenlijk aanwezig zijn.
Robin Pauc (chiropractor) heeft een aantal boeken beschreven waarin hij uiteenzet wat het onderliggende neurologische probleem bij het merendeel van leerproblematiek lijkt te zijn. Net als zovele anderen ziet ook hij in de praktijk dat leerproblemen altijd een combinatie zijn van verschillende factoren (dyslexie + dyspractie en ADD, of OCD + Tourette’s) in meer of mindere mate.
Hij is echter op zoek gegaan naar een wetenschappelijk onderbouwd argument om tot een therapeutische benadering te komen. Door op zoek te gaan naar de grote gemene deler van al deze aandoeningen, kwam hij er achter dat de leerproblemen gezien kunnen worden als onderdeel van een spectrum. Soortgelijke ideeën bestaan er ook al voor het autisme spectrum.
Hierin staat hij zeker niet alleen. Robert Melillo founder van Brain Balance Centers in de VS (meer dan 50 centra) deelt deze mening en heeft hierover al meerdere wetenschappelijke artikelen geschreven. In samenwerking met neruowetenschapper Gery Leisman heeft hij ook het standaardwerk: Neurobehavioral disorders of Childhood geschreven.
In plaats van de aandoeningen (labels) als losstaand probleem te zien, heeft hij gekeken naar welke breinonderdelen betrokken zijn bij de vorming van de symptomen. Het werd vervolgens duidelijk dat het grootste deel van de symptomen terug te herleiden valt tot verminderd functioneren van de rechter hersenhelft.

